Een centrale WTW bedient doorgaans meerdere ruimten vanuit één centrale unit via een kanalensysteem. Bij slimme decentrale WTW staat de ventilatie dichter bij de ruimte of het vertrek dat wordt bediend. De unit kan de luchtkwaliteit daar meten en het debiet daarop aanpassen. Het verschil zit dus niet alleen in de plaats van de techniek, maar ook in de mate waarin ventilatie per ruimte kan reageren op werkelijk gebruik, CO2 en vocht.